Verhalen uit de familie Habermehl

Artikelindex

Ant Habermehl-Schellingerhout

Opa Schellingerhout en opoe Schellingerhout-Borst hadden een gezin met vijf kinderen, vier dochters: Grietje, Teuntje, Toontje, Stijntje, en één zoon: Henk. Grietje, getrouwd met Henk Möhle, woonde op een tuinderij op Tolhuis en had zes kinderen. Teuntje was getrouwd met M. Vossepoel en had vier kinderen. Toontje was getrouwd met Albertus Hogendorf, eerst tramconducteur en later bakker. Zij woonden in Den Haag en hadden een zoon. Stijntje is jong overleden. Ik heb haar niet gekend. Henk, de enige zoon, was getrouwd met Clara van Egmond. Zij woonden op Tolhuis en hadden zes kinderen: Rie, Ant, Dirk, Piet, Stijni en Henk.

Opoe Schellingerhout had een kruidenierszaak aan de Bilderdam. Zij was een dikke vrouw die veel in het zwart gekleed ging. Opa Schellingerhout werkte bij een boer. Tijdens de hooibouw liep hij een zonnesteek op waar hij een tik aan heeft overgehouden. Hij beefde en kwijlde en was daardoor wat eng om te zien. Hij is niet oud geworden, ongeveer 48 jaar. Opoe heeft daarentegen lang geleefd. Zij is in mijn ogen nooit jong geweest. Later zijn ze op Tolhuis komen wonen, naast zoon Henk. Zij waren op elkaar aangewezen.

Toen opoe oud werd, moesten Rie en ik altijd op schemeravond bij haar voorlezen of spelletjes doen. Ik moest vaker dan Rie, omdat zij te druk was. Opoe had een leuk glazen theelichtje waarop een boertje met een juk en twee emmertjes, een broekenmannetje met een scheepje, een koe in de wei en nog een boerenvrouwtje stonden afgebeeld en dat altijd brandde als ik kwam. Dan zette zei een potje thee voor ons. Om zes uur moest ik dan weer naar huis om te eten. Als ik groot was, zou ik het lichtje mogen hebben. Zo is het ook gebeurd. Ik heb het op de Prinses Mariannelaan in Voorburg nog gehad, maar daarna is het verdwenen.

Opoe is over de 70 jaar oud geworden. Dat was oud vroeger. Zij is begraven in Nieuwveen. Omdat de Amstel was bevroren, moest zij over het ijs heen naar Nieuwveen worden vervoerd. Zij was zo zwaar dat wij bang waren dat ze door het ijs zou zakken. Maar ze hadden planken over de schotsen gelegd, dus liep het goed af, maar het was wel een toestand. Normaliter verliep het transport met een roeiboot.

Als kinderen moesten wij in Nieuwveen naar school, 2½ km per keer lopen, dus 5 km per dag. Elke morgen om acht uur van huis en half vijf weer terug, boterhammen mee. Tegenwoordig worden de kinderen gebracht of gaan ze op de fiets als ze groter zijn. Ik heb een goed thuis gehad, zij het weinig geld, maar daar had je geen idee van. Wel moest ik veel meewerken in de tuin.

Toen ik twaalf jaar was, heb ik zes weken bij een zieke mevrouw met een open been geholpen. Daarna ben ik al snel als hulp naar de familie Speelman gegaan. Dominee Speelman was altijd erg bezorgd voor mij. Dat leverde commentaar van de anderen op. Het was voor mij een afwisselend bestaan. Zoals je weet, ben ik daar lang gebleven. Mijn verloving was nog bij de familie Speelman. Dominee zij toen tegen mij: ‘Kindje, kindje, nu geef je eerst je hart aan Nico en niet aan de Heer’. Dat je zoiets zo lang onthoudt. Maar ik heb hem gerust gesteld en gezegd dat wij samen naar de belijdenis zouden komen. Dat is ook zo gebeurd.

Met het trouwen was het erger. Hij vroeg mij: ‘Welke tekst?’. Ik zei: ‘Dat moet u maar doen. U weet het zo goed’. En daar kwam hij met de tekst: ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u’. Ik schrok en was gewoon even van de kaart. De dag is verder leuk verlopen. Hartstikke koud. Nu, verder weet je het wel: winkeltje spelen, kinderen gekregen, uit de Schlegelstraat gegroeid en toen naar de Prinses Mariannelaan verhuisd. Ook daar gebeurden leuke en nare dingen.

De familie Van Egmond. Pieter van Egmond en Antje van Egmond-Kempenaar. Zij woonden op een grote boerderij in Nieuwveen met veel land en fruitbomen, koeien en dertien kinderen, acht meisjes: Tien, Aagt, Inge, Neeltje, Antje, Aaltje, Claartje, Cornelia, en vijf jongens: Wim, Keesjan, Cor, Rene, Bart. Opa en oma zijn jong overleden, respectievelijk op de leeftijd van 49 en 54 jaar. Ik heb ze dan ook niet gekend. Wel weet ik dat Wim de boerderij moest doen en rijk is geworden. De kinderen trouwden de een na de ander. Ik heb al de tantes gekend en van de ooms vier. Eén was naar Amerika geëmigreerd: Keesjan.

Oom Bart was een zwerver. Hij had een erg lief karakter, maar was te goed van vertrouwen. Vandaar dat hij het slechte pad is opgegaan. Hij dronk zijn verdiende geld op en dan was het mijn vader die hem weer ophaalde en moeder die zijn goed waste. Dat is verschillende keren gebeurd. Bij ons thuis was hij altijd gezellig. Hij was beurtschipper. Als hij dan met geld in Amsterdam was, kwam hij weer blut terug. Toch heeft hij een vrouw gevonden, één die een kind had. Nu, dat ging dan weer goed. Toen ze zes kinderen had, werd ze ziek. Opnieuw ging het fout. De kinderen zijn toen bij familie ondergebracht. Hij is in Amsterdam op zijn boot vermoord. Dat was een hele toestand.

De familie Habermehl was een gezellig gezin met een christelijk standpunt. Sijtje was niet getrouwd, maar wel de verpleegster die haar persoon liet gelden. Zij was graag bij ons en dat ging zo tot ze met een medeverpleegster (zuster Koning) in Amsterdam een tehuis opende waar genezende mensen werden opgevangen. Zij is bij haar zus Marleen in bad verdronken. Rie trouwde met Jan Speelman. Een groot, leuk gezin. Onze trouwdag was koud, maar leuk. Daarna was het hard werken. Ik ben dankbaar voor de goede en mooie tijd. Daarna het gemis van je vader, zo onverwachts. Vervolgens een dubbele taak. Gelukkig zijn de kinderen gezond en hebben werk.

Zelf heb ik nu een rustig leventje. Maar ik zit nog niet stil. Maar ik kan ook niets doen als ik geen zin heb. Alle kinderen met verjaardagen en tussendoortjes bezoeken en dan weer naar mijn eigen huisje. Ik ben dankbaar voor al het goede, ook wat de gezondheid betreft. Een grote familie en kennissen- en burenkring. Dus reden om dankbaar te zijn.

Voorburg, 25 mei 1986